Met het wegvallen van de “VAR” treden veel ondernemers een nieuw tijdperk in. Een waarbij het niet enkel de opdrachtnemers zijn die de verantwoordelijkheden en risico’s gaan dragen met betrekking tot de arbeidsrelaties en daarmee gerelateerde (fiscale) onderwerpen, maar tevens de tussenpersonen en opdrachtgevers. In hoeverre de risico’s en verantwoordelijkheden gaan verschuiven is nog niet helemaal duidelijk, maar we hebben wel al enkele contouren. In dit artikel gaan we in op de introductie van de zogenoemde “modelovereenkomsten” en de betekenis ervan voor de zzp’er.

Wanneer spreken van een zzp’er en wat is het belang ervan?

Het begrip zzp’er (ook wel freelancer genoemd) is niet wettelijk verankerd. We moeten het doen met de vage omschrijvingen buiten de wet en wat er in de jurisprudentie over het begrip zzp’er is gezegd. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geeft het begrip de volgende betekenis:

“Een persoon die voor eigen rekening of risico arbeid verricht in een eigen bedrijf of praktijk (zelfstandig ondernemer) of als directeur-grootaandeelhouder (dga) en die geen personeel in dienst heeft. Overige zelfstandigen worden ook tot de zelfstandigen zonder personeel gerekend”.

Echt concrete handvatten krijgen we niet. Wanneer bent u nou een zzp’er en wanneer een werknemer? Uit de onderstaande cijfers (CBS) blijkt dat ongeveer één op de tien werkende Nederlanders een zzp’er is:

Arbeidsdeelname

x 1000

2014
1e kwartaal
2014
2e
2014
3e
2014 4e 2015
1e kwartaal
2015
2e
2015
3e
2015
4e
2016
1e kwartaal
Beroeps- en niet-beroepsbevolking 12665 12665 12664 12664 12669 12680 12691 12701 12722
Zelfstandige 1331 1353 1357 1375 1368 1385 1391 1395 1394
Zelfstandige zonder personeel (zzp) 962 986 988 1016 1008 1020 1034 1026 1024

 

Een aanzienlijk deel van de werkenden in Nederland is dus zzp’er. Daarom is het van belang om te kijken wat de nieuwe wet deregulering beoordeling arbeidsdeelname (wet DBA), en daarmee de invoering van modelovereenkomsten, voor deze groep gaat betekenen.

Wie krijgt met de modelovereenkomsten te maken?

Ondernemers kunnen in beginsel in de volgende drie hoedanigheden met de modelovereenkomsten te maken krijgen: als (i) opdrachtnemer, (ii) tussenpersoon en (iii) opdrachtgever. De zzp’er zal veelal als opdrachtnemer actief zijn. Het onderscheidende element tussen de nieuwe regeling en het oude VAR-systeem is juist dat alle drie de marktpartijen bepaalde risico’s en verantwoordelijkheden gaan dragen. De vraag of we met “echte” zzp’er of een schijnzelfstandige te maken hebben, moet dus door alle drie de partijen worden gesteld.

Met welke zorgen loopt men rond?

Een algemeen gedeelde zorg is dat er veel onduidelijkheid is omtrent de rechtspositie van de modelovereenkomsten. De vraag is of met het gebruik ervan alle civiel-, arbeidsrechtelijke en fiscale risico’s worden uitgesloten, of dat het om een schijn(rechts)zekerheid gaat. Bovendien kan een modelovereenkomst weliswaar zekerheid geven over de fiscale kwalificaties, maar de civielrechtelijke aspecten waar de zzp’er mee te maken kan krijgen kunnen onderbelicht blijven.

Bij zzp’ers die in de hoedanigheid van opdrachtnemer werkzaamheden verrichten, heerst de angst dat met de nieuwe risico- en verantwoordelijkheidsverdeling opdrachtgevers zich afzijdig zullen opstellen. De zzp’er is vooral bang dat er minder opdrachten aan hem gegund zullen worden, doordat zijn rechtspositie onzekerheden met zich brengt. De tijd zal leren of deze angst terecht is.
Ook in de hoedanigheid van opdrachtgever ontkomt de zzp’er niet aan de onzekerheden. De kans dat men in de toekomst met fiscale naheffingen en boetes kan worden verrast, die overigens niet op de schijnzelfstandige te verhalen zijn, is reëel.
Een zzp’er die als tussenpersoon opereert heeft eveneens zijn verantwoordelijkheden. Het is hierbij van belang te vermelden dat het inschakelen van een tussenpersoon de verantwoordelijkheden van een opdrachtnemer in beginsel niet ontneemt.

Om welke situaties gaat het?

De discussie rondom de kwalificatie van een zzp’er speelt zich alleen af wanneer we in het schemergebied tussen dienstbetrekking en ondernemerschap zitten. In overduidelijke gevallen waarbij er sprake is van een dienstbetrekking of van een zzp’er die enkel met particulieren te maken heeft, hoeft u zich geen zorgen te maken over de modelovereenkomsten.

Wordt de zzp’er nu eerder als werknemer aangemerkt?

De grens tussen ondernemerschap en dienstbetrekking blijft ongewijzigd. De wettelijke bepalingen en dat wat in de jurisprudentie is uitgekristalliseerd blijft onverkort van toepassing. De vaststelling of er sprake is van een dienstbetrekking is een feitelijke aangelegenheid. Daarbij zijn drie elementen van belang: (i) gezagsverhouding, (ii) arbeid en (iii) loon. Met andere woorden: in hoeverre bepaalt de opdrachtgever wie het werk uitvoert, hoe dat wordt gedaan en staat er een vergoeding tegenover het uitgevoerde werk. Als van al deze situaties sprake is in een concreet geval, dan verliest de zzp’er zijn zzp’erschap.

Welke modelovereenkomst moet ik hebben?

In hoofdlijnen kan men de (model)overeenkomsten in twee categorieën indelen: goedgekeurde overeenkomsten en nog door de belastingdienst te beoordelen overeenkomsten.

Binnen de eerste categorie kent men allereerst de goedgekeurde algemene modelovereenkomsten, deze kunnen in principe door alle zzp’ers worden gebruikt. Naast de algemene overeenkomst kent men nog de goedgekeurde overeenkomsten die afgestemd zijn op specifieke branches en beroepsgroepen. Als laatste kent de belastingdienst nog enkele reeds goedgekeurde individuele overeenkomsten. Als de situatie in die overeenkomst hetzelfde is als die in uw situatie, dan kunt u deze gebruiken.

Bij het gebruik van goedgekeurde modelovereenkomsten is het van belang om de geel gemarkeerde delen ongewijzigd te laten. Alle andere bepalingen kunnen gewijzigd worden, zolang de wijzigingen niet in strijd zijn met de geel gemarkeerde gedeelten. In beginsel is men dan zeker van de rechtspositie, mits de feitelijke situatie overeenkomt met hetgeen in de overeenkomst is opgenomen. De werkelijkheid is belangrijker dan wat er op papier staat.

Bij de tweede categorie, nog door de belastingdienst te beoordelen (model)overeenkomsten, kan men bij de belastingdienst om een goedkeuring vragen. De belastingdienst kijkt dan enkel naar de vraag of er loonheffing ingehouden moet worden. Bij Zaal21 hebben we een vergelijkbare route bewandeld om van te voren zekerheid te verkrijgen. De constructie van Zaal21, een coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid met ondernemers als leden, is namelijk vrij bijzonder en uniek.

Wat moet u nog in het achterhoofd houden?

Er geldt een implementatiefase tot 1 mei 2017. Dit houdt in dat er op de zzp’ers en andere marktspelers een zekere inspanningsverplichting rust. U doet er goed aan om op tijd uit te zoeken welke overeenkomst op uw individuele situatie van toepassing kan zijn. Wellicht moet een modelovereenkomst verder afgestemd worden op uw individuele behoeftes.
De modelovereenkomsten hebben een geldigheid van vijf jaar.
Het vastleggen van een de modelovereenkomsten kan per e-mail, orderbevestiging of een factuur. Er is geen handtekening nodig, u kunt volstaan door naar het specifieke beoordelingsnummer te verwijzen.

Misschien heeft u als zzp’er nog vragen over de specifieke aspecten van de modelovereenkomsten waar de wet DBA niet bij stilstaat. Bijvoorbeeld hoe het zit met de intellectuele eigendomsrechten, relatie- en concurrentiebedingen en dergelijke. Neem dan gerust even contact op. We helpen u graag.