De eerste resten van gebakken steenachtige producten dateren van ongeveer 5000 voor Christus. Vanaf de middeleeuwen wordt het in Europa zo’n beetje gemeengoed om ermee te bouwen. En we doen dat nog altijd op dezelfde manier. Weliswaar zijn bakstenen en aanverwante bouwproducten verder ontwikkeld, maar het basisprincipe blijft nog steeds overeind: een zwaar, met warmte sterk gemaakt materiaal dat we ter plekke ‘aan elkaar plakken’ om zo een gebouw te realiseren. Sinds de middeleeuwen heeft de technologie zich gigantisch ontwikkeld. Hoe gek is het dan eigenlijk dat we nu nog steeds op een vergelijkbare manier bouwen?

De laatste tijd zie je dat daar verandering in komt. Steeds meer gebouwen worden gemaakt met systeembouw in allerlei verschillende vormen, of dat nu houtskeletbouw, staalframebouw of welk ander systeem ook is. De reden: ook in de bouw ligt de focus steeds meer op duurzaamheid en mogelijk hergebruik van materialen en ‘carbon-footprint’. En dat is nodig ook! Dus dat we in enorme gas- of kolengestookte ovens klei bakken tot baksteen, om dat zware product op vrachtauto’s door heel Nederland te verplaatsen om er een gebouw van te maken is eigenlijk niet meer van deze tijd.

Uitgekiende nieuwe bouwsystemen die in het buitenland al ruimschoots toegepast worden, hebben ook in Nederland de toekomst. Zo bouwt men in Duitsland en Scandinavië, landen met vergelijkbare klimaat- en leefomstandigheden, veel met hout. Dat dit in Nederland toch nog wat argwanend bekeken wordt, blijft vreemd.

Ik heb het geluk gehad dat er in het verleden verschillende opdrachtgevers kwamen, die mijn mening over bouwen deelden. Daardoor heb ik al de nodige ervaringen kunnen opdoen met houtskeletbouw, en de laatste tijd ook staalframebouw. In combinatie met mijn ervaring met de nieuwste ontwikkelingen op installatiegebied ben ik klaar voor de toekomst van bouwen.
Heb je bouwplannen en vind je duurzaamheid belangrijk? Of wil je gewoon meer weten over het nieuwe bouwen? Neem dan gerust even contact met me op. Ik praat je graag bij.

Bram Philipsen, Bureau B